Judith Lissenberg

Werken met je poot, neus, billen, rug en kin

Vijf simpele trucjes voor je hond, én een paar verrassende manieren om ze aan te leren

Honden hebben voorkeuren, net als mensen. Sommige honden vinden het leuk om hun poten te gebruiken. Andere werken weer liever met hun snuit. Daarom presenteert creatief hondentrainer Judith Lissenberg vijf simpele trucjes waarbij je hond vijf verschillende lichaamsdelen leert gebruiken: poot, neus, billen, rug en kin. Kun jij kijken wat jouw hond het leukst vindt, en leren welke trainingsmethode het best bij jullie past!

Op zich zijn het allemaal vrij klassieke kunstjes. Het verrassende zit hem in de manier van aanleren: daarbij komen jouw vaardigheden als trainer om de hoek kijken. Hoe handig ben jij met een brokje? En heb je er ooit wel eens aan gedacht om de oefening die je jouw hond wil leren eerst zelf aan hem voor te doen? Of heb je wel eens achterstevoren getraind, door te beginnen met het eindplaatje? Er zijn 1001 mogelijkheden om een hond iets te leren. Kijk maar eens wat voor jou en je hond goed werkt.

1. Poot geven

Bij dit trucje gaan we uit van ‘gewoon doen’. Pak een voorpoot van je hond voorzichtig en zonder dat jij trekt of dat de hond terugtrekt van de grond. Als je zijn poot in je hand hebt, benoem je heel simpel wat de hond op dat moment doet: ‘Goed zo, dát is poot!’. Terwijl je de poot nog voorzichtig bij de voet vasthoudt, geef je de hond met je andere hand een beloning. Je beloont dus tijdens de gewenste handeling, niet erna, zodat de hond denkt: hee, met mijn poot in deze positie krijg ik iets lekkers! Herhaal dit oppakken een paar keer en steek dan je hand uit: veel honden zullen dan vanzelf hun poot in je hand leggen.

Lukt het niet direct? Probeer het gewoon de volgende dag weer. Grote kans dat het kwartje dan wél gevallen is. Honden leren vaak het best als er tussen trainingssessies enige tussenpozen zitten. Die tijd hebben ze nodig om het geleerde te verwerken, oftewel voor de val van dat kwartje!

2. Neusduw tegen je hand

‘De eerste klap is een daalder waard’ is bij dit trucje de achterliggende gedachte. We gaan de hond leren zijn neus tegen jouw vlakke handpalm te duwen. Dat kun je heel simpel leren door je vlakke hand ongeveer een centimeter of dertig – dat is liniaallengte – voor de neus van je hond te houden. Tien tegen één dat je hond dan even nieuwsgierig aan je hand komt ruiken. Bingo, meteen raak! Zodra je de neus van de hond tegen je hand voelt, beloon je dat direct met je stem en vervolgens met iets lekkers. ‘Super!’ Mis je dit moment, dan is er een kans dat je hond niet meer opnieuw uit zichzelf met zijn neus naar je hand zal komen omdat dit hem eerder niets opleverde. De eerste klap is dus echt een daalder waard, oftewel een goed begin is het halve werk.

Je kunt naast ‘super!’ zeggen en iets lekkers geven desgewenst meteen benoemen wat je hond doet. Bijvoorbeeld ‘touch’, het Engelse woord voor aanraken. Maar je kunt er ook voor kiezen om het commando pas aan de oefening toe te voegen als de neusduw tegen je hand helemaal naar je zin is. Wil je bijvoorbeeld een stevige neuszoen, of ben je met een vluchtige handkus al tevreden?

3. Met je billen ergens op

Bij dit trucje gebruiken we het principe ‘afkijken’. Je gaat je hond iets leren door het eerst zelf voor te doen. Leg iets op de grond, bijvoorbeeld een handdoek, en ga daar terwijl je hond toekijkt zelf op staan. Niet snel erop en hup snel er weer af, maar doe dat langzaam en duidelijk, waarbij je ook nadrukkelijk even door je hurken gaat, zodat de hond goed kan observeren wat je doet. Stap dan zelf weer van de doek, wijs ernaar en vraag aan de hond of hij ook ‘op de doek’ kan. Doet hij dat, en gaat hij ook nog eens zitten? Wauw, dat is natuurlijk ‘SUPER!’. Met hoofdletters, want jouw na-aper heeft blijkbaar echt heel goed opgelet!

Je kunt je hond ook met behulp van iets lekkers voor zijn neus naar de doek toe leiden. Let op: bij dit trucje kun je heel goed zien dat je krijgt wat je beloont. Wil je dat je hond met beide billen op de doel zit? Beloon hem dan alleen voor en in die positie. En niet als hij bijvoorbeeld maar half op de stip zit.

4. Op je rug liggen

‘Vertrouwen’ is bij dit trucje het sleutelwoord. Als je op je rug ligt, probeer het zelf maar eens, is het een stuk lastiger om je omgeving in de gaten te houden. Je doet het dus niet zomaar en overal. Doe deze oefening dus alleen als alles veilig en rustig is en de hond niet in de gaten hoeft te houden wat er om hem heen gebeurt. Jij moet goed kunnen manoeuvreren met een brokje voor de neus van een hond om hem, zonder te duwen of dwingen, vanuit rust en ontspanning eerst af, dan plat (op zijn zij) en vervolgens op zijn rug te laten liggen. Met zachte aai- en kroelhanden kun je hem daarbij helpen en rustig benoemen wat hij doet: ‘goed zo, dát is af/plat/op je rug’. Laat het uitbundige ‘SUPER!’ van het billentrucje hier maar even achterwege, want als je dat gebruikt is de kans groot dat je hond meteen weer op zijn benen staat. We willen hem graag zen! 😉

‘Op je rug’ is een superhandig commando om de buik, oksels en liezen van je hond goed te kunnen bekijken. Als je hond er helemaal vertrouwd mee is, kun je er ook een echte amazing trick van maken door het ‘op je rug’ langzaam te vervangen door een schietgebaar met duim en wijsvinger en het commando ‘pang!’.

5. Kin laten rusten

‘Beginnen met het eindplaatje’ is een van de manieren waarop je deze truc kunt aanleren. We gaan de hond leren de onderkant van zijn snuit, zijn kin, ergens op te laten rusten. Om te beginnen op je hand. Wat je wilt, is dat de kin van je hond contact maakt met de bovenzijde van je vlakke hand. Dat eindplaatje kun je voor elkaar krijgen door de rug van je hand simpelweg tegen de onderkant van de snuit van je hond te houden. Het moment van voelbaar contact maken benoem en beloon je: ‘Goed zo, dát is kin op mijn hand!’ Ik gebruik dan nog ‘goed zo’ als beloonwoord. De ‘super’ ga ik inzetten als de hond na een aantal herhalingen zelf het contact met mijn hand opzoekt. Want dat is… inderdaad, super!

Je kunt het ‘kin op’, ‘hoofd op’ of ‘hoofd laag’ commando vanaf je hand ook overzetten op andere voorwerpen. Zo kun je de hond leren zijn kop op een kussen of op de leuning van de bank te laten rusten.

Kijken, timen en voelen

Honden trainen, dat is goed kijken naar wat er gebeurt. Want honden doen nooit zomaar iets, of juist iets niet. Stel dat je hond met zijn neus je hand niet wil aanraken. Dat kan zijn omdat hij het nog niet goed begrijpt, maar óók omdat je hand heel erg naar parfum ruikt wat zijn neus irriteert. Of misschien vindt hij het wel eng, of gewoon stom. Trainen is ook goed timen, om zo het juiste moment te kunnen ‘vangen’ waarop de hond precies datgene doet dat jij voor ogen had. Want je krijgt wat je beloont, weet je nog van de oefening met de billen? Trainen is ook goed voelen. Ontspanning voelen als je jouw hond op zijn rug wil laten liggen bijvoorbeeld, of voelen hoe de hond bij het kin laten rusten het gewicht van zijn hoofd echt op jouw hand legt.

Het kan ook helemaal anders!

Trainen is ook spelen met je woordgebruik, beloningen en aanleermethodes. Want het kan met die 1001 mogelijkheden ook helemaal anders! Kies de manier van werken die bij jou en je hond past. Zolang je maar traint met een goed humeur, want met frustratie bereik je in de hondentraining helemaal niets.

Nu nog een oefening voor jou

En dan tot slot nog een even oefening voor jou: ik zou het leuk vinden als je mij nu denkbeeldig een hand geeft. Steek daarvoor je hand maar even uit. Super, dankjewel! Nu wil ik graag dat je me weer denkbeeldig een hand geeft. Steek daarvoor je hand maar even uit. Super, dankjewel! Nu wil ik graag nog een keer dat je me denkbeeldig een hand geeft. Steek daarvoor je hand maar even uit. Super, dankjewel! Nu wil ik graag weer dat je me  denkbeeldig een hand geeft. Steek daarvoor je hand maar even uit. Super, dankjewel! Gaat snel vervelen, hè? Blijf dus ook trucjes met je hond niet eindeloos herhalen. Hoe vlotter, korter en krachtiger jij het maakt, des te leuker blijft het voor je hond om te leren!

 

Lees ook ‘Welke hondensport past bij ons?’ en ‘7 tips voor de perfecte hondenfoto’.